Go to full page →

HOOFDSTUK 22: WILLIAM MILLER EG 272

God zond zijn engel om het hart van een boer te bewegen, die niet in de Bijbel geloofde, en er hem toe te brengen om de profetieēn te gaan onderzoeken. Engelen Gods bezochten deze uitverkoren man herhaaldelik, om zijn geest te leiden en zijn verstand te openen om profetieēn te verstaan, die immer duister geweest waren voor Gods volk. Het begin van de keten van waarheid werd hem gegeven, en hij werd aangedreven om de ene schakel na de andere te zoeken, totdat hij met verbazing en bewondering het woord van God kwam te beschouwen. Dat woord, hetwelk hij voor niet ingegeven gehouden had, opende zich nu voor zijn oog in al zijn schoonheid en heerlikheid. Hij zag dat één gedeelte van de Schriften een ander gedeelte verklaart, en wanneer hij een schriftuurplaats niet begrijpen kon, vond hij in een ander gedeelte van het woord, de verklaring ervan. Hij beschouwde het heilige woord Gods met blijdschap, en met de grootste eerbied en ontzag. EG 272.1

De profetieen nagaande, zag hij dat de bewoners der aarde leefden te midden van de laatste tonelen van de geschiedenis van deze werld, en het toch niet wisten. Hij beschouwde de kerken, en zag dat deze verdorven waren; zij hadden hun liefde aan Jezus ontrokken, en die aan de wereld gegeven; zij joegen wereldse eer na, in plaats van de eer, die van boven is; zij maakten zich meester van de rijkdom dezer wereld, in plaats van schatten in de hemel te vergaderen. Overal kon hij schijnheiligheid, duisternis en dood zien. Zijn geest ontstak in hem. God riep hem om zijn plaats te verlaten, gelijk Hij Eliza geroepen had om zijn ossen, en het veld waar hij arbeidde, te verlaten, en Elija te volgen. Bevend begon William Miller aan de mensen de geheimen van het koninkrijk van God te ontvouwen, en leidde zijn hoorders door de profetieen heen tot de wederkomst van Christus. Met iedere poging, die hij in het werk stelde, ontving hij meer kracht. Evenals Johannes de Doper de eerste komst van Jezus aankondigde, en de weg voor Zijn komst bereidde, zo verkondigden William Miller en degenen, die zich bij hem voegden, de wederkomst van de Zoon van God. EG 273.1

Ik werd teruggevoerd naar de dagen der apostelen, en mij werd getoond dat God een speciaal werk te doen had voor de geliefde Johannes. Satan was vast besloten om dit werk te verhinderen, en hij zette zijn dienstknechten aan om Johannes om te brengen. Maar God zond Zijn engel en behoedde Johannes op wonderbare wijze. Allen die getuigen waren van de grote kracht Gods, welke hij openbaarde in de verlossing van Johannes, stonden verbaasd, en velen werden overtuigd, dat God met hem was, en dat het getuigenis, dat hij aangaande Jezus aflegde waar was. Degenen, die hem trachtten om te brengen, waren bang om weder een poging te doen om hem van het leven te beroven, en hem werd vergund om voor Jezus te lijden. Hij werd vals beschuldigd door zijn vijanden, en kort daarna naar een eenzaam eiland verbannen, waar de Heer Zijn engel tot hem zond om hem gebeurtenissen te openbaren, welke plaats zouden hebben op de aarde, alsmede de staat van de kerk tot aan het einde,—het afvallen van de kerk, en de plaats, welke die moest innemen, wanneer hij Gode welgevallig wilde wezen, en eindelik overwinnen. EG 273.2

De engel uit de hemel kwam in majesteit tot Johannes, zijn aangezicht blinkend van de uitnemende heerlikheid Gods. Hij openbaarde aan Johannes tonelen van groot en treffend gewicht in de geschiedenis van de kerk van God, en toonde hem de gevaarlike strijd, die de volgelingen van Christus zouden moeten doorstaan. Johannes zag hen door de hitte der verdrukking gaan, en nadat zij wit gemaakt en beproefd waren, eindelik als zegevierende overwinnaars op hcerlike wijze verlost in het koninkrijk Gods. Het aangezicht van de engel blonk van blijdschap, en was uitermate heerlik, toen hij aan Johannes de uiteindelike over winning van de kerk Gods toonde. En toen de apostel de uiteindelike verlossing van de kerk zag, raakte hij in vervoering door de heerlikheid van het toneel, en viel met diepe eerbied en ontzag voor de voeten van de engel, om hem te aanbidden. De hemelse boodschapper richtte hem onmiddellik op, en hem zacht bestraffende, sprak bij: “Zie, dat gij dat niet doet; ik ben uw mededienstknecht en uwer broederen, die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God; want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie.” Daarna toonde de engel aan Johannes de hemelse stad met al zijn pracht en verblindende heerlikheid, en hij, verrukt en overweldigd, en de vorige bestraffing van de engel vergetende, viel wederom voor zijn voeten om hem te aanbidden. Nog eens werd de zachte berisping gegeven: “Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht, en uwer broederen, de profeten, en dergeneo, die de woorden van dit boek bewaren: aan bid God.” EG 274.1

Predikers en mensen hebben het boek van de Openbaring beschouwd als een geheimzinning boek, en van minder gewicht dan de andere gedeelten van de Heilige Schrift. Maar ik zag dat dit boek inderdaad een openbaring is, gegeven voor het biezonder belang van degenon, die in de laatste dagen leven zouden, om hen te leiden tot het vaststellen van hun ware positie en hun plichten. God vestigde de gedachten van William Miler op de profetieēn, en gaf hem veel licht over het Boek der Openbaring. EG 275.1

Indien Daniēls gezichten verstaan waren geworden, dan zouden de mensen de gezichten van Johannes beter hebben kunnen begrijpen. Maar op de rechte tijd bewoog God Zijn uitverkoren dienstknecht, die met klaarheid en in de kracht van de Heilige Geest de profetieēn openlegde, en de overeenstemming aantoonde van de gezichten van Daniēl en Johannes, en andere gedeelten van de Bijbel, en op het gemoed van de mensen werkte om hen de heilige, vreselike waarschuwingen van het woord te doen inzien, ten einde hen voor te bereiden op de komst van de Zoon des mensen. Diepe en ernstige overtuiging maakte zich meester van de harten dergenen, die hem hoorden; en predikanten en leken, zondaren en on gelovigen, keerden zich tot de Heer, en zochten naar een voorbereiding om te kunnen bestaan in het oordeel. EG 275.2

Engelen Gods vergezelden William Miller in zijn zending. Hij was standvastig en overschrokken, onbevreesd de boodschap verkondigende, die aan hem was toevertrouwd, Een wereld, die in de zonde lag, en een koude, wereldse kerk, waren voldoende om hem al zijn werkkracht te doen inspannen, en er hem toe te brengen om arbeid, ontbering en lijden te verduren. Ofschoon hij tegengestaan werd door belijdende christenen en de wereld, en door Satan en zijn engelen met vuisten geslagen, hield hij niet op om het eeuwig evangelie te prediken aan scharen van mensen, wanneer hij daar ook maar toe uitgenodigd werd; en de kreet wijd en zijd te doen horen: “Vreest God, en geeft Hem heerlikheid; want de ure Zijns oordeels is gekomen.” EG 276.1

*****