Ellen G. White Writings

<< Back Forward >>

«Back «Prev. Pub. «Ch «Pg   Pg» Ch» Forward»

Ereste Geschriften, Page 324

HOOFDSTUK 32: DE SCHUDDING

Ik zag sommigen met sterk geloof en in zielsangst uitroepen, pleitende met God. Hun aangezichten waren bleek, en droegen de tekenen van grote angst, die van hun innerlike strijd getuigde. Hun aangezichten drukten vastberadenheid en grote ernst uit; grote droppels zweet vielen van hun voorhoofden. Nu en dan klaarde hun gelaat op door het teken van Gods welgevallen, en dan kwam er wederom dezelfde plechtige, ernstige, angstige trek op.

Boze engelen verdrongen zich om hen heen en brachten duisternis over hen om Jezus aan hun blik te onttrekken, opdat hun ogen gericht zouden worden op de duisternis rondom hen, en zij er toe geleid mochten worden om God te wantrouwen, en tegen Hem te murmureren. Hun enige veiligheid lag daarin, dat zij hun ogen opwaarts gericht hielden. Engelen Gods hielden de wacht over Zijn volk, en terwijl de giftige atmosfeer van boze engelen zich om die angstige zielen heen sloot, bewogen de engelen uit de hemel voortdurend hun vleugels over hen om de dichte duisternis te verdrijven.

Terwijl de biddenden hun erngstige kreten bleven uiten, viel er nu en dan een straal van licht, van Jezus uitgaande, op hen, om hun harten te bemoedigen en hun aangezichten te verlichten. Sommigen, zag ik, namen geen deel aan dit werk van worstelen en pleiten. Zij schenen onverschillig en zorgeloos te zijn. Zij verzetten zich niet tegen de duisternis rondom hen, en deze overdekte hen als een zware wolk. De engelen Gods verlieten dezen, en gingen de ernstige, biddende mensen helpen. Ik zag engelen Gods zich spoeden tot hulp van al degenen, die met al hun macht worstelden om de boze engelen te weerstaan, en die zichzelven trachtten te

«Back «Prev. Pub. «Ch «Pg   Pg» Ch» Forward»