Ellen G. White Writings

<< Back Forward >>

«Back «Prev. Pub. «Ch «Pg   Pg» Ch» Forward»

Ereste Geschriften, Page 337

naar water, maar om te horen de woorden des Heren. Wat zouden zij niet geven voor één woord van goedkeuring uit Gods mond! maar neen, zij moeten blijven hongeren en dorsten. Dag na dag hebben zij de verlossing versmaad, en aardse schatten en aards genot hoger gesteld dan enige hemelse schat of beweegreden. Zij hebben Jezus verworpen en Zijn heiligen veracht. De vuilen moeten eeuwigdurend vuil hlijven.” Velen onder de goddelozen waren zeer verbitterd door de smarten, die zij als gevolg van de plagen ondergingen. Het was een toneel van vreselik lijden. De ouders maakten hun kinderen bittere verwijtingen, en kinderen hun ouders, broeders hun zusters, en zusters hun broeders. Luide, klagelike kreten werden aan alle kanten vernomen: “Gij zijt het, die mij verhinderd hebt de waarheid aan te nemen, welke mij gered zou hebben uit dit vreselike uur.” De mensen wendden zich in bittere haat tot hun predikanten, en verweten hun, zeggende: “Gij hebt ons niet gewaarschuwd. Gij hebt ons gezegd, dat de ganse wereid bekeerd zou worden, en hebt geroepen, Vrede, vrede, om ieder anstig gevoel, dat opgewekt werd, te stillen. Gij hebt ons niets gezegd over dit uur; en hebt verklaard dat degenen, die ons waarschuwden, dwepers en boze mensen waren, die ons in het ongeluk zouden storten.” Maar ik zag dat de predikanten niet ontkwamen aan de toorn van God. Hun lijden was tienmaal zwaarder dan dat van hun leden.

*****

HOOFDSTUK 36: DE TIJD DER BENAUWDHEID

Ik zag de heiligen de steden en dorpen verlaten, en gezelschappen vormen, en op de meest afgelegen plaatsen leven. Engelen verschaften hun voedsel en water, terwijl

«Back «Prev. Pub. «Ch «Pg   Pg» Ch» Forward»