Go to full page →

OVERWINNING OVER VERZOEKING USG2 231

Het is niet nodig dat iemand in de verzoekingen van Satan valt en aldus zijn geweten schendt en de Heilige Geest bedroeft. In het Woord van God is elke voorziening getroffen waardoor allen Goddelijke hulp kunnen verkrijgen in hun pogen om te overwinnen. Wanneer ze Jezus voor ogen houden, zullen ze veranderd worden naar Zijn beeld. Allen in wie Christus door hef geloof woont, bezitten een kracht in hun werk waardoor ze succes hebben. Ze zullen steeds beter voor hun werk geschikt worden, en de zegen Gods, die is te zien in de bloei van het werk, zal getuigen dat ze inderdaad medearbeiders van Christus zijn. Maar hoezeer iemand ook in het geestelijke leven zal opwassen, zo komt hij toch nooit op een punt dat hij de Schriften niet meer ijverig behoeft te onderzoeken, want daarin worden de bewijzen van ons geloof gevonden. Alle leerstellige pun-ten, al zijn ze ook als waarheid aangenomen, moeten getoetst worden aan de wet en aan de getuigenis; kunnen ze die toets niet doorstaan, dan “zullen ze geen dageraad hebben”. USG2 231.1

Hef grote verlossingsplan, zoals dat aan het licht getreden is in het afsluitingswerk voor dit laatste der dagen, moet terdege worden bestudeerd. De tonelen die verbonden zijn aan het hemelse heiligdom, moeten zó’n indruk maken op verstand en hart van allen, dat ze ook anderen kunnen beïnvloeden. Allen moeten meer inzicht krijgen in het werk der verzoening, dat zich afspeelt in het heiligdom hierboven. Wanneer deze verheven waarheid gezien en verstaan wordt, zullen zij die dit bezitten, in harmonie met Christus samenwerken om een volk te verwekken dat zal staan in de grote dag Gods, en hun pogingen zullen met succes bekroond worden. USG2 231.2

Door studie, overdenking en gebed zal Gods volk uit komen boven gewone, aardse gedachten en gevoelens, en zal in harmonie gebracht worden met Christus en Zijn werk om het heiligdom hierboven te reinigen van de zonden van het volk. Hun geloot zal met Hem gaan in het heiligdom en de leden der Gemeente op aarde zullen nauwgezet hun leven nagaan en hun karakters vergelijken met de grote maatstaf der gerechtigheid. Zij zullen hun eigen gebreken zien; zij zullen ook inzien dat ze de hulp van de Geest Gods moeten hebben, willen ze bekwaam gemaakt worden voor het grote en verheven werk voor deze tijd dat gelegd is op Gods gezanten. USG2 231.3

Christus zei: “Tenzij dat gij het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelf. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven, en Ik zal hem opwekken ten uiterste dage. Want Mijn vlees is waarlijk spijs en Mijn bloed is waarlijk drank. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem. Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft en Ik leef door de Vader, alzó wie Mij eet, die zal leven door Mij.” Johannes 6 : 53—57. Hoe velen van hen die in woord en leer werken, eten Christus’ vlees en drinken Zijn bloed? Hoe velen kunnen die verborgenheid begrijpen? De Here Zelf maakt dit duidelijk: “De Geest is het Die levend maakt; het vlees is niets nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.” Vers 63. Het woord van God moet verweven zijn met het levende karakter van hen die het geloven. Het enige levende geloof is dat geloof, dat de waarheid ontvangt en in zich opneemt tot ze een deel is van hef wezen en de drijfkracht van leven en doen. Jezus wordt genoemd het Woord Gods. Hij aanvaardde de wet Zijns Vaders, leefde haar beginselen uit in Zijn leven, openbaarde haar geest en toonde haar weldoende kracht in het hart. In dat verband zegt Johannes: “Het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd; een heerlijkheid als des Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.” Johannes 1:14. De navolgers van Christus moeten delen in Zijn ervaring. Zij moeten het Woord van God in zich opnemen. Zij moeten veranderd worden naar Zijn gelijkenis door de kracht van Christus, en de Goddelijke eigenschappen weerkaatsen. Zij moeten het vlees eten en het bloed drinken van de Zone Gods, anders is er geen leven in hen. De geest en het werk van Christus moeten de geest en het werk van Zijn discipelen worden. USG2 232.1