Go to full page →

HOOFDSTUK 36—LIEFDE VOOR DE DWALENDEN USG2 259

Christus kwam om de zaligheid te brengen binnen het bereik van allen. Aan het kruis van Golgotha betaalde Hij de oneindige verlossingsprijs vopr een verloren wereld. Zijn zelfverloochening en zelfopoffering, Zijn onzelf-zuchtige arbeid, Zijn vernedering, en bovenal de offergave van Zijn leven, getuigen van de diepte van Zijn liefde voor de gevallen mens. Het was om de verlorenen te zoeken en zalig te maken, dat Hij naar de aarde kwam. Zijn werk was voor de zondaren, zondaren van elk gehalte, van elke tong en natie. Hij betaalde de prijs voor allen om hen vrij te kopen en hen in Zijn gemeenschap en medeleven te doen delen. De meest dwalenden, de grootste zondaren werden niet voorbij gegaan; Zijn arbeid was inzonderheid voor hen die de zaligheid welke Hij kwam brengen, het meest nodig hadden. Hoe groter hun behoefte was om veranderd te worden, des te dieper was Zijn belangstelling, des te groter Zijn medeleven, des fe vuriger Zijn arbeid. Zijn groot hart vol liefde werd beroerd tot in de diepste diepten voor hen wier toestand het meest hopeloos was en die het meest behoefte hadden aan Zijn hervormende genade. USG2 259.1

In de gelijkenis van het verloren schaap wordt de wonderbaarlijke liefde van Christus voor de dwalenden uitgebeeld. Hij verkiest hief te blijven bij diegenen die Zijn zaligheid aannemen, al Zijn krachten aan hen bestedend om hun dankbaarheid en liefde in ontvangst te nemen. De goede herder verlaat de kudde die hem liefheeft, en gaat de wildernis in, verdraagt moeite en ziet gevaren en dood onder het oog om fe zoeken en te redden wat van de kudde is afgedwaald en daf moet omkomen zo het niet wordt teruggebracht. Wanneer na 1889, Vol. 5, blz. 603—613 ijverig zoeken het verlorene is gevonden, trekt de herder, hoewel uitgeput van vermoeidheid, ellende en honger, het dier in zijn zwakheid niet achter zich aan, hij drijft het ook niet vooruit, maar, o wonderlijke liefde! hij neemt het teder in zijn armen, legt het over zijn schouder en brengt het terug naar de kudde. Dan roept hij zijn buren om zich met hem te verheugen over het verlorene dat is teruggevonden. USG2 259.2

De gelijkenis van de verloren zoon en die van het verloren zilverstuk leren dezelfde les. Elke ziel die vooral gevaar loopt in de verleiding te vallen, brengt smart in het hart van Christus en vraagt om Zijn innigste medeleven en ernstige arbeid. Over één zondaar die zich bekeert, is Zijn blijdschap groter dan over de negen-en negentig die de bekering niet van node hebben. USG2 260.1

Deze lessen zijn voor ons welzijn. Christus heeft Zijn discipelen bevolen dat ze in Zijn arbeid met Hem samenwerken, dat ze elkander liefhebben zoals Hij hen heeft liefgehad. De doodsstrijd die Hij aan het kruis doorstond, getuigt hoe Hij de menselijke ziel waardeert. Allen die deze grote zaligheid aannemen, leggen daarin de gelofte af met Hem samen te werken. Niemand beschouwe zichzelf als bijzonder’ verkoren door de hemel en richte zijn belangstelling en aandacht op zichzelf. Allen die in Christus’ dienst zijn getreden, moeten werken zoals Hij werkte en moeten hen die in onwetendheid en zonde verkeren, liefhebben zoals Hij hen liefhad. USG2 260.2