Go to full page →

EEN SCHAT OP AARDE USG1 390

Christus heeft ons bevolen eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid te zoeken. Dit is onze eerste en hoogste plicht. USG1 390.1

Onze Meester waarschuwde Zijn dienstknechten nadrukkelijk zich geen schaften te vergaren op aarde; want dan zou de hunkering huns harten meer naar aardse dan naar hemelse dingen uitgaan. Juist op dit punt hebben vele arme zielen in hun geloof schipbreuk geleden. Ze zijn rechtstreeks ingegaan tegen hef uitdrukkelijk bevel onzes Heren, en hebben de liefde voor het geld de overheersende passie in hun leven laten worden. Ze weten van geen ophouden om maar geld te verdienen. Ze zijn zo dronken door hun krankzinnig verlangen naar rijkdom, als de dronkaard door zijn borrel. USG1 390.2

Christenen vergeten dat ze dienstknechten des Meesters zijn; dat zij zelven, hun tijd, en alles waf ze bezitten, Hem foebehoren. Velen worden verzocht, en de meesten vallen daaraan ten offer, door de misleidende beweegredenen van Satan, hun geld daarin te steken, wat hun de meeste winst aan guldens en centen bezorgt. Maar weinigen zijn er, die de bindende rechten, welke God op hen heeft, erkennen, om in de eerste plaats te zorgen voor de behoeften van Zijn werk, om dan hun persoonlijke verlangens op de laatste plaats te stellen. Maar weinigen zijn er, die in Gods werk hun geld steken naar verhouding van hun middelen. Velen hebben hun geld belegd in een eigendom, dat ze moeten verkopen, willen ze hun geld investeren in het werk Gods, om er zo een practisch gebruik van te maken. Dat voeren ze dan aan als een verontschuldiging, dat ze zo weinig voor het werk huns Verlossers doen. Ze hebben precies zo hun geld verstopt in de grond als de man uit de gelijkenis. Ze beroven God van de tiende, waarop Hij als het Zijne aanspraak maakt, en door Hem te beroven, beroven ze zichzelven van het hemelse schathuis. USG1 390.3