Go to full page →

TIJDENS DE DIENST USG2 205

Wanneer de predikant binnenkomt, moet dat gebeuren met een waardige, plechtige houding. Zodra hij de katheder betreedt, moet hij neerknielen voor een stil gebed en God ernstig om hulp vragen. Wat zal dat een indruk maken! Er zal onder de aanwezigen een plechtige, eerbiedige stemming heersen. Hun predikant is in gemeenschap met God; hij geeft zich aan God over alvorens hij het waagt voor de gelovigen fe gaan staan. Allen zijn met ernst bezield en engelen Gods zijn in de onmiddellijke nabijheid. Zo moet ook elke aanwezige in de dienst met gebogen hoofd zich met hem verenigen in het stille gebed, dat God de vergadering mag begunstigen met Zijn tegenwoordigheid, en Zijn waarheid, verkondigd door menselijke lippen, mag bekrachtigen. USG2 205.1

Wanneer de dienst met gebed wordt geopend, moet alle knie zich buigen in de aanwezigheid van de Heilige en ieders hart moet in stille wijding tot God opgaan. De gebeden der gelovigen zullen gehoord worden en de dienst des Woords zal zijn nut hebben. De lauwe houding van de gelovigen in het huis Gods is een sterke oorzaak waarom de dienst geen betere resultaten laat zien. Het lied dat uit veler harten duidelijk en bezield gezongen wordt, is één van Gods middelen in het werk der zielenredding. Gedurende de gehele dienst moeten plechtige ernst en eerbied overheersen, als gebeurde dat in zichtbare tegenwoordigheid van de Meester der vergaderingen. USG2 205.2

Wanneer het Woord wordt verkondigd, moet u be denken, broeders en zusters, dat u luistert naar de stem van God door Zijn afgevaardigde dienstknecht. Luistert met volle aandacht. Slaapt geen moment, omdat door deze sluimer u juist die woorden zullen ontgaan, die u het meest nodig hebt — juist de woorden die, wanneer u ze in u had opgenomen, uw voeten zouden bewaard hebben van afdwalèn op verkeerde wegen. Satan en zijn engelen zijn actief om de zinnen als met verlamming te slaan, zodat waarschuwingen en vermaningen niet gehoord zullen worden; of worden ze wel gehoord, dat ze dan geen weerklank vinden in het hart en geen levens-verandering teweegbrengen. Soms kan een klein kind de aandacht van de luisteraars zó in beslag nemen, dat het kostelijke zaad niet in goede aarde valt en geen vrucht voortbrengt. Soms hebben jonge mannen en vrouwen zó weinig eerbied voor de dienst in Gods huis, dat ze onder de preek met elkander zitten te praten. Konden deze zien hoe de engelen Gods op hen letten en aantekening houden van hun doen, dan zouden ze zich schamen en een afschuw van zichzelf hebben. God wenst opmerkzame toehoorders. Het was terwijl de men-sen sliepen, dat Satan zijn onkruid zaaide. USG2 205.3