Loading...
Larger font
Smaller font
Copy
Print
Contents
Uit De Schatkamer Der Getuigenissen, vol. 1 - Contents
  • Results
  • Related
  • Featured
No results found for: "".
  • Weighted Relevancy
  • Content Sequence
  • Relevancy
  • Earliest First
  • Latest First
    Larger font
    Smaller font
    Copy
    Print
    Contents

    DE VERGEVINGSGEZINDHEID VAN JEZUS

    Petrus was beslist en ijverig in zijn optreden, moedig en onbuigzaam; en Christus zag in hem materiaal, dat van veel waarde voor de Gemeente kon zijn. Daarom verbond Hij Petrus aan Zich, opdat alles wat goed en waardevol was, behouden zou blijven, en opdat Zijn lessen en voorbeeld zouden verzachten wat ruw was in zijn aard, en zijn scherpe kanten zouden afgevijld worden. Indien hef hart werkelijk veranderde door goddelijke ge-nade, en ook een uiterlijke verandering in ware zachtheid des gemoeds, sympathie en hoffelijkheid te zien zou zijn, was Jezus nooit koel en ontoegankelijk. De zieken stoorden Hem vaak in Zijn afzondering, wanneer Hij rust en geestelijke verkwikking nodig had, maar voor allen had Hij een vriendelijke blik en een bemoedigend woord. Hij was een voorbeeld van ware hoffelijkheid. Petrus verloochende zijn Here, maar had daarna berouw en was diep terneer geslagen door zijn grote zonde; en Christus liet zien dat Hij Zijn dwalende discipel vergiffenis schonk, door Zich te verwaardigen apart zijn naam te noemen na Zijn opstanding.USG1 589.1

    Judas bezweek onder de verleidingen van Satan en verried zijn beste Vriend. Petrus trok profijt van de lessen van Christus en voerde het hervormingswerk uit, dat de discipelen was opgedragen toen hun Heiland ten hemel voer. Deze twee mannen representeren de twee klassen, die Christus met Zich verbindt, terwijl Hij hen in de voorrechten laat delen van Zijn lessen en het voorbeeld van Zijn onzelfzuchtig leven vol mededogen, opdat zij van Hem konden leren.USG1 589.2

    Hoe meer de mens de Heiland ziet en met Hem bekend wordt, des te meer zal hij Zijn beeld gelijkvormig worden en de werken van Christus doen. De tijd waarin wij leven, vraagt om een hervormingswerk. Het licht der waarheid, dat op ons schijnt vraagt om resolute mannen van hoge morele waarde, die ijverig en volhardend werken om de zielen te redden van allen, die de uitnodiging van de Geest Gods zullen horen.USG1 589.3

    De liefde, die tussen de gemeenteleden moet bestaan, moet zo vaak plaats maken voor een vittende, critische geest, en dat geeft, zelfs tijdens de diensten, aanleiding tot schampere opmerkingen en persoonlijke botsingen. Zulke dingen moeten door predikanten, ouderlingen of leken niet in de hand gewerkt worden. De kerkdiensten moeten gehouden worden met een oog gericht op de heerlijkheid Gods. Wanneer mensen met al hun ver-schillende geaardheden tezamen komen in gemeenteverband, zal, wanneer de waarheid Gods de scherpe kanten in het karakter niet wegneemt, de gemeente daardoor beroerd worden, en haar vrede en harmonie zal opgeofferd worden aan het uitvieren van die zelfzuchtige, ongeheiligde karaktertrekken. In hun scherp opletten om de fouten van hun broeders te ontdekken, verwaarlozen velen het doorzoeken van hun eigen hart en de reiniging van hun eigen leven. Dat mishaagt God. De individuele leden van de gemeente moeten nauwgezet waken over hun eigen ziel, moeten hun eigen daden critisch beoordelen, anders worden ze gedreven door zelfzuchtige motieven en worden een steen des aanstoots voor hun zwakke broeders.USG1 590.1

    God neemt de mensen zoals ze zijn, met het menselijke element in hun karakter en leidt hen op voor Zijn dienst, indien ze door Hem getuchtigd en beleerd willen worden. De wortel van bitterheid, naijver, wantrouwen, jaloersheid, en zelfs haat, hetgeen in de harten van sommige gemeenteleden aanwezig is, is het werk van Satan. Zulke elementen oefenen een giftige invloed op de gemeente uit. “Een weinig zuurdesem maakt het gehele deeg zuur.” 1 Korinthe 5 : 6. De godsdienstige ijver, die gemanifesteerd wordt in een klopjacht op broeders, is een ijver niet overeenkomstig de kennis. Christus heeft met zo ', n getuigenis niets uit te staan.USG1 590.2

    Larger font
    Smaller font
    Copy
    Print
    Contents