Loading...
Larger font
Smaller font
Copy
Print
Contents
Uit De Schatkamer Der Getuigenissen, vol. 2 - Contents
  • Results
  • Related
  • Featured
No results found for: "".
  • Weighted Relevancy
  • Content Sequence
  • Relevancy
  • Earliest First
  • Latest First
    Larger font
    Smaller font
    Copy
    Print
    Contents

    ADEM DE ATMOSFEER DES HEMELS

    God doet een beroep op Zijn volk om zich op te maken en uit te komen uif die kille, koele atmosfeer waarin ze geleefd hebben, om die ideeën en indrukken van zich af te schudden die de beweeggronden der liefde hebben bevroren en hen gehouden hebben in een zelfzuchtige werkeloosheid. Hij vraagt hen om af te komen van hun laag, aards niveau om de zuivere, zonnige atmosferen des hemels in te ademen.USG2 264.1

    Onze kerkdiensten moeten geheiligde, kostelijke gelegenheden zijn. De gebedssamenkomst is geen plaats waar broeders elkander laken en veroordelen, waar onvriendelijke gevoelens heersen en koude woorden vallen. Christus zal uit de vergaderingen waar deze geest wordt geopenbaard, verdreven worden, en Satan zal komen om de leiding te nemen. Niets dat zweemt naar een onchristelijke, liefdeloze geest mag men binnenlaten; want vergaderen we niet om genade en vergeving van de Here te zoeken? en de Here heeft zo duidelijk gezegd: “Met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet, zal u wedergemeten worden.” Mattheüs 7 : 2. Wie kan staan voor God en wijzen op een feilloos karakter, een onberispelijk leven? En hoe durven dan sommigen hun broeders te laken en te veroordelen? Die voor zichzelf kunnen hopen op de zaligheid enkel en alleen door de verdiensten van Christus, die vergeving moeten zoeken uit kracht van Zijn bloed, staan onder de sterkste verplichting om tegenover hun medezondaren liefde, godsvrucht en vergeving te betonen.USG2 264.2

    Broeders, wanneer u uzelf niet zover brengt om de plaats der wijding te eerbiedigen, zult u geen zegen van God ontvangen. U kunt Hem aanbidden in een vormen dienst, maar het zal geen geestelijke dienst zijn. “Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam,” zegt Christus, “daar ben Ik in het midden van hen.” Mattheüs 18:20. Allen moeten aanvoelen dat ze staan in de Goddelijke tegenwoordigheid, en in plaats van zich te bepalen bij de fouten en dwalingen van anderen, moeten ze ijverig hun eigen hart naspeuren. Hebt u uw eigen zonden te belijden, doe dan uw plicht, en laat het aan anderen over om dat voor zich te doen.USG2 264.3

    Wanneer u toegeeft aan een eigen karakterhardheid door een harde, ongevoelige geest aan de dag te leggen, stoot u juist degenen af, die ge moet winnen. Uw hardheid vernietigt hun liefde om naar de vergadering te gaan, en dat heeft vaak tengevolge dat ze de waarheid loslaten. U moet u bewust worden dat u uzelf stelt onder de berisping Gods. Terwijl u anderen veroordeelt, veroordeelt God u. Het is uw plicht, uw eigen onchristelijk gedrag te belijden. Moge de Here inwerken op de harten van de leden der Gemeente afzonderlijk, totdat Zijn hervormende genade geopenbaard zal worden in het leven en het karakter. Wanneer u dan samenkomt, zal dat niet zijn om elkander te critiseren, maar om te spreken over Jezus en Zijn liefde.USG2 265.1

    Onze vergaderingen moeten bij uitstek belangwekkend gemaakt worden. Die moeten als doortrokken zijn van de atmosfeer des hemels. Laten daar geen lange, dorre preken en vormelijke gebeden zijn, enkel en alleen om de tijd vol te maken. Allen moeten bereid zijn daar hun deel te doen zoals hef behoort, en wanneer dat gebeurd is, zal de vergadering gesloten worden. Zo zal de belangstelling tot het laatst worden bewaard. Op deze wijze vereert men God naar Zijn welbehagen. Zijn dienst moet belangwekkend en aantrekkelijk gemaakt worden en mag vooral niet ontaarden in een dorre vorm. Wij moeten elke minuut, elk uur, dag in dag uit voor Christus leven, dan zal Christus in ons wonen, en wanneer wij vergaderen, zal Zijn liefde in onze harten zijn, opwellend gelijk een bron in de woestijn, die allen verkwikt en hen die op ‘t punt stonden te vergaan, verlangend maakt om van het water der levens met graagte te drinken. Wij moeten niet kunnen rekenen enkel op twee of drie leden om het werk van de gehele gemeente te doen. Een ieder persoonlijk van ons moet een sterk, werkzaam geloof hebben om het werk dat God ons heeft opgedragen, vooruit te stuwen. Daar moet een vurige, levende belangstelling zijn om God te vragen: “Wat wilt Gij dat ik doen zal? Hoe zal ik mijn werk doen voor tijd en eeuwigheid?” We moeten ieder afzonderlijk al onze krachten inspannen om de waarheid te onderzoeken, elk middel binnen ons bereik aangrijpend dat ons zal helpen in een ijverig, devoot naspeuren der Schriften; en dan moeten we geheiligd worden door de waarheid, opdat we zielen kunnen redden.USG2 265.2

    Larger font
    Smaller font
    Copy
    Print
    Contents